Ommekeer en liefde, AI-helper of overheerser

Dave Dröge, juni 2025

Elke ommekeer, elke kanteling in de wereld, laat mensen achter die zich niet kunnen verzoenen met het heden. Voor hen rest niets dan gelaten berusting of wegduiken, zoals een struisvogel in het zand, tenzij ze worden opgetild en, gedreven door een interne kracht die elk individu van nature bezit, besluiten tot handeling om de toekomst vorm te geven, of, en dat kan hand in hand gaan, elkaar vinden om via een collectief besef van urgentie actie te ondernemen. Maar hoe kan de interne kracht die in elk individu schuilt worden aangewend wanneer manipulaties slinks en onzichtbaar opereren, feilloos afgestemd op informatie over hetzelfde individu, ja, met kennis over de persoon in kwestie die het individu zelf niet bezit? En hoe kan een collectief zich in elkaar vinden wanneer onzichtbare surveillance en verslavingstechnieken elke poging via onzichtbare beïnvloeding in de kiem smoort door een surplus aan informatie over zowel het individu als het grotere geheel?

Omgeving en de roman

Het schrijven van een roman is een ingewikkeld en gedeeltelijk onbewust proces, en iets zinnigs schrijven over je eigen roman lijkt daarmee welhaast een onmogelijkheid. Begin daar niet aan zult u zeggen, en daarin geef ik u volmondig gelijk. De laatste periode echter is het idee opgekomen een paar woorden te wagen aan de totstandkoming van Het boek der Kantelingen. Elias Canetti schreef een driedelige biografie waarin hij in bedekte termen aangeeft hoe ‘Die Blendung’ is ontstaan en waar de oorsprong te vinden is, andere schrijvers hebben iets soortgelijks gedaan, maar zover wil ik liever niet gaan. Toch is ook bij mij behoefte ontstaan dit magnum opus enigszins beter te willen plaatsen, beter te willen begrijpen door achtergronden en omstandigheden schetsen of daartoe een schamele poging wagen. Allereerst wil ik aangeven dat een roman bovenal zichzelf ‘verklaart’. Iedere lezer zal iets anders spiegelen, zal iets anders van zichzelf herkennen of juist niet, zal het geschrevene beleven, erover oordelen of zelfs veroordelen, zal bij de roman iets unieks voelen, ja, iedere lezer zal de roman op een andere manier ervaren, en om iets zinnigs te vertellen zal ik me tot mijn eigen roman dan ook moeten verhouden als lezer, een hachelijke onderneming voor een schrijver. Laat ik hiertoe echter een schamele poging wagen en beginnen met het beantwoorden van een vraag. Een collega vroeg mij naar de filosofische betekenis, en alhoewel filosofie geen directe rol vervult, behalve wellicht waar Julia erachter komt dat zij de eeuwige herhaling dient te doorbreken opdat zij haar lotsbestemming, haar toekomst, gestalte kan geven, kunnen we met een beetje goede wil proberen de maatschappelijke context waarin de roman zich afspeelt te begrijpen vanuit een wijder perspectief, om vervolgens in te zoomen op de psychosociale aspecten en relaties. De maatschappelijke context, bepaalt mede en veelal onbewust hoe mensen zich gedragen. Het is een illusie te denken dat je niet wordt beïnvloed door je omgeving. Zonder omgeving bestaat een mens niet, en deze omgeving bestaat voor een belangrijk deel uit andere mensen met overtuigingen, overtuigingen die berusten op beperkte informatie, misverstanden of ervaringen, op ‘gezond verstand’ in plaats van contemplatieve kennis of wetenschappelijke bewijs, ja, overtuigingen die berusten op emotionele reacties en intuïtieve basiswaarden zoals zelfbehoud, de wil tot overleven. Individuen vertoeven noodgedwongen voor een deel in hun eigen beperkte denkwereld en beseffen daardoor veelal onvoldoende hoe zij onbewust reageren op en naar de maatstaven van hun naaste omgeving, volgens Schopenhauer allen onderhevig aan de Wereldwil[i], een richtingloos werkende natuurkracht. Alleen kunst zou in staat zijn de sluier van onwetendheid eventjes op te lichten en deze doelloze richting van het universum – op dierlijk vlak omgevormd tot begeerte en drang tot zelfbehoud – kortstondig het zwijgen op te leggen. Een van deze kunstvormen is het schrijven van een roman, ogenschijnlijk paradoxaal genoeg voor een belangrijk deel via het onbewuste geschreven, ware het niet dat in het onbewuste juist ervaringen en instincten uit het verre verleden naar boven komen waarin intelligentie huist.

Een roman zal zichzelf ‘verklaren’ aan de lezer; iedere lezer zal iets anders spiegelen, zal iets anders van zichzelf herkennen of juist niet, zal het geschrevene anders beleven, zal erover oordelen of het werk zelfs veroordelen, ja, iedere lezer zal in potentie iets unieks ervaren. De maatschappelijke context bepaalt semi-onbewust hoe een mens zich gedraagt en hoe dit individu binnenkomende informatie, zoals het lezen van een roman, beleeft. Individueel dient ieder mens zich te verhouden tot de naaste omgeving zoals de inhoud van een roman, tot de wereld om hem heen, al kan dat een zachtmoedige of hardnekkige terugtrekking of zelfs een afwijzing inhouden. De manier waarop een individu zich verhoudt tot de roman en de manier hoe zij of hij in de wereld staat, wordt bepaald door een ingewikkelde mix van genen, aanleg, opvoeding en psychosociale situaties waarin het individu heeft geleefd, van geboorte tot het heden, terwijl onderhuids levenslust, of juist een gebrek daaraan, zijn weg probeert te vinden door kluwen van culturele psychosociale normen of door (aan)geleerde dan wel, voor zover mogelijk, min of meer zelfstandig verworven waarden die het individu – bewust of onbewust – is gaan hanteren. Kunstenares en activiste Julia van Wijnen-Swarttouw, een van de hoofdpersonen in de roman Het boek der Kantelingen, wil begrijpen wie zij is, wil leren inzien wie zij anno 2050 – ze schrijft haar memoires in dit toekomstige jaar – is geworden; zij wil haar verleden kennen en zichzelf vereenzelvigen, zij wil via haar opgetekende memoires haar levensverhaal, haar werkelijkheid vormgeven en traumatische ervaringen verwerken, opdat ze beter is toegerust om de toekomst tegemoet te zien en/of te gaan vormgeven. Het schrijven van deze memoires doet zij via associatie van het semi-onbewuste. Wanneer we praten over ons onbewuste kunnen we niet om de dieptepsychologie heen, begonnen met Freud, maar terwijl Schopenhauer invloed heeft gehad op het werk van Freud, wijkt de ontwikkelingstheorie van Erik Erikson hiervan af in die zin dat de ontwikkeling volgens Erikson niet stopt in onze jeugd maar gedurende het verdere leven plaatsvindt in nauwe wisselwerking met onze omgeving. Hierbij speelt vertrouwen krijgen een grote rol, maar ook enige autonomie durven opeisen, initiatief en verantwoordelijkheid nemen, activiteiten gaan ontplooien en een identiteit vormen, waarna voldoening schenkende intimiteit en generativiteit (wederkerigheid in brede zin) zich kunnen gaan vormen, terwijl door omstandigheden zowel als individuele beperkingen in relatie tot het individu zijn maatschappelijke context helaas ook het tegenovergestelde kan gaan overheersen, namelijk een continu wantrouwen, overdreven schaamte, overmatige schuldgevoelens of hardnekkige ideeën van minderwaardigheid tot rolverwarring en gevoelsmatig noodzakelijke afzondering of zelfs permanente wanhoop. Nadat Julia in de roman Het boek der Kantelingen via haar ouders het egocentrische systeem heeft leren kennen, heeft ze geprobeerd om door haar kunstwerken iets beters te bereiken, heeft ze geprobeerd om daarin verandering, ja, een omwenteling, te bewerkstelligen. Rond haar vijfendertigste jaar echter komt ze tot inkeer en gooit ze het over een andere boeg: ze besluit om alsnog te gaan studeren in de hoop hiermee op intellectuele gronden een bijdrage te kunnen gaan leveren aan de terugdringing van de door het egocentrische systeem veroorzaakte wereldwijde problemen zoals klimaatverandering (de door de mens veroorzaakte opwarming van planeet Aarde), grootschalige dierenmishandeling en dramatisch verlies van biodiversiteit. Haar verregaande liefde voor kunst en haar zoektocht naar intimiteit wordt deels gesublimeerd naar helpen oplossen van deze wereldproblemen voor huidige en toekomstige generaties, maar intuïtief voelt ze de invloed van iets onbekends, een unheimisch gevoel bekruipt haar onbewust, komt af en toe bovendrijven, al kan ze niet precies begrijpen wat dit is. Dit onbestemde gevoel blijkt gerelateerd aan de opkomst van kunstmatige intelligentie.

Het egocentrische systeem versus Amor Mundi

Volgens Safae el Khannoussi is vervreemding is een sterke motor voor goede fictie[ii]. In Het boek der Kantelingen wordt maatschappelijk Rotterdam anno 2014/15 geschetst via de ouders van Julia, en dan vooral via haar vader, een in toenemende verwarring verkerende, vervreemde Rotterdamse ondernemer. Zijn dochter Julia ervaart zijn worsteling met maatschappelijk succes en falen, leidend tot wat Paul Verhaeghe[iii] indertijd als volgt heeft verwoord: ‘De boodschap is: als je je voldoende inzet ga je het maken en als het niet lukt, is dat je eigen schuld. Het gevolg is dat steeds meer mensen gebukt gaan onder vernedering, schuld en schaamte (…) We zijn mijlenver afgedreven van liberalisme, dat autonomie van het individu vooropstelt. We krijgen verantwoordelijkheid zonder macht. Autonomie en creativiteit vallen weg (…) en we vervreemden van onze arbeid.’ Het laatste decennium zijn tegenbewegingen te vinden in grootschalige protesten in het Westen, maar volgens Thijs Lijster zien we vandaag de dag een terugslag in de vorm van wat hij ‘hedofascisme’[iv] noemt, een samentrekking van fascisme en hedonisme als ultieme poging om de orde te herstellen. Zo schrijft hij: ‘Het is moeilijk te verkroppen, maar hedofascisme geeft mensen precies wat ze verlangen (…) in Dialectiek van de Verlichting omschreven de Duits-joodse denkers Max Horkheimer en Theodor Adorno het fascisme als ‘omgekeerde psychoanalyse’. Daarmee bedoelden ze dat waar psychoanalyse ons uitdaagt om onze duistere kanten onder ogen te komen en ze tot bewustzijn te brengen, het fascisme dat bewustzijn juist blokkeert door ons een vrijbrief te geven onze lusten en agressiviteit te botvieren. Het bestrijden van het fascisme kan slechts door deze omkering nogmaals om te keren: via de meervoudige taak om de ander én onszelf te begrijpen, en de ander in onszelf.’ Dit begrijpen van de ander in onszelf, een voorwaarde om tot een omkerende kanteling te geraken, kan bij uitstek via literatuur plaatsvinden[v]. In Het boek der Kantelingen zal de lezer ontdekken dat Julia en haar kunstenaarsvrienden de vele gevaren van het egocentrische systeem leren onderkennen via haar megalomaan ondernemende vader, een zakenman die zich almaar verwarder gedraagt, waardoor ze besluiten om onder andere via kunst te gaan werken aan een omkering, aan een kanteling van dit machtssysteem richting Amor Mundi, aan liefde voor de wereld. Zo schijft Peter Venmans[vi]: ‘Amor Mundi veronderstelt dat je je verhoudt tot de wereld en dat is niet louter een zaak van gevoelens. Dat verhouden gaat ook gepaard met een rationele, kritische houding. Dat kan een contradictie lijken. Wie van iemand houdt is immers niet kritisch. Die dekt fouten van de geliefde toe (…) Ons eerste oordeel over iets is spontaan, emotioneel en intuïtief, het tweede veronderstelt een kritische afstand, maar volgens mij heb je beide nodig om een relevant oordeel te kunnen vellen.’ Wanneer we ons niet willen laten meeslepen door volksmenners die onderbuikgevoelens aanwakkeren en massaal leugens verspreiden is het van belang om kritisch te blijven nadenken, en om dat te kunnen doen is literatuur onontbeerlijk.

Actualiteit en toekomstscenario’s AI

Vandaag staat het Europese continent onder druk vanuit meerdere geopolitieke richtingen: vanuit Rusland, China en zelfs, in niet te onderschatten mate, vanuit onze Westerse bondgenoot en militair gezien grootste NAVO lid, maar misschien zelfs nog meer van binnenuit, door illiberale krachten, overigens gevoed door diezelfde verschuivende geopolitieke wereldmachten, door hen die hun geopolitieke invloed willen bestendigen of zelfs territorium willen uitbreiden, al bezitten ze als natie (zoals Rusland) verreweg het meeste landoppervlak ter wereld. Internationaal recht en conventies worden geschonden, worden ‘herijkt’ als het aan hen ligt, en om dat te kunnen bereiken spreekt men de brute taal van macht en kracht. Deze zorgwekkende ontwikkelingen hebben zowel direct als indirect invloed op de condition humaine van de Europese burger, ze hebben gevolgen voor de gemoedstoestand waarin het individu verkeert en voor situaties waarin we ons verhouden tot de maatschappij. Bovendien worden deze geopolitiek zorgwekkende ontwikkelingen vormgegeven door technologische innovaties en vooral door mensen die deze technologieën beheersen en verder uitbouwen, en dit vormgeven van het wereldtoneel en de maatschappelijke werkelijkheid gebeurt in toenemende mate via kunstmatige intelligentie. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie betekent een potentiële ommekeer op verschillende terreinen, zowel voor het individu als voor de mensheid in zijn geheel. De door sommigen gewenste en verwachte singulariteit is weliswaar nog niet bereikt, en volgens velen zal dit nooit kunnen gebeuren, maar het potentieel van deze nieuwe technologie is hoe dan ook groot. Het scenario van singulariteit m.b.t. kunstmatige intelligentie betekent dat kunstmatige intelligentie zichzelf zal kunnen verbeteren tot een tot nu toe ongekend hoog intelligentieniveau, ver voorbij wat een mensenbrein aankan, waarbij in een optimistisch scenario de mens zijn brein zal uitbreiden met deze mogelijkheden, al zullen velen onder ons dit eerder als onmogelijk te realiseren wensdenken of als ongewenst, dystopisch samenlevingsvisioen beoordelen. Naast deze meest verregaande scenario’s, waaronder het ultieme doemscenario dat superintelligentie zich tegen de mensheid keert, is invloed van kunstmatige intelligentie nu al volop aanwezig, en dit zal de komende jaren schrikbarend toenemen mits niet doelbewust tegengehouden of afgeremd, beteugeld zoals via de belangwekkende EU AI Act.

Bij grootschalige nieuwe technologie volgt immer een voorspelling dat banen zullen verdwijnen, en meestal valt dit mee, maar in sommige gevallen is de voorspelling gewoonweg correct behalve wat betreft de tijdspanne waarin die zich voltrekt. Met de huidige ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie is het denkbaar dat we, wanneer we als maatschappij niet ingrijpen en op de ethische stop- en/of pauze-knop van de ‘move fast and break things’ bigtech-jongens drukken (deze miljardairs die zich vandaag de dag zelfs schaamteloos in politiek mengen) voor elke inwoner in de toekomst een Universeel Basis Inkomen nodig zullen hebben om te overleven. Bovendien zal zingeving via werk worden geminimaliseerd en zullen eerlijke democratische verkiezingen tot het verleden behoren. De bigtech ‘move fast and break things’ manier van AI inzetten betekent met elkaar concurreren en, om deze ratrace te winnen, grootschalig stelen van copyright informatie. Ontelbare gegevens van universiteiten, fictie en non-fictie werken en nog meer sociale mediaberichten zijn en worden en masse zonder toestemming van het internet geplukt om hun kunstmatige systemen te voeden, trainen en verbeteren. Ondertussen worden autocratische leiders in het zadel geholpen en daar gehouden, mede om dezelfde copyrightrechten te ondermijnen en volop gebruikmakend van deze kunstmatige systemen. Het is duidelijk dat enkelen de wereld willen beheersen als nooit tevoren en dat kunstmatige intelligentie ze daartoe in staat kan gaan stellen. Beïnvloeding, allerlei vormen van subtiele manipulatie, zijn onzichtbaar aanwezig in onze moderne samenleving. We hebben soms slechts een vermoeden, een gevoel dat iets niet klopt, maar beseffen lang niet hoezeer we nu al worden gemanipuleerd, terwijl het tegenovergestelde, het hiermee verkrijgen van meer individuele vrijheid, wordt beweerd. Deze onzichtbaarheid van AI stuurt doelbewust in een maatschappelijke richting en levert autocratische leiders ongekende mogelijkheden tot surveillance en optimalisaties, misinformatie en manipulatie van de massa, van ons. Zoals Paul Lynch terecht aangeeft[vii] is ons evolutionaire brein niet ingesteld op de moderne technologie die ons leven binnendringt en voelen we ons daardoor meer en meer vervreemd van de werkelijkheid.

Willen we een AI-helper of AI-overheerser?

Technologische ontwikkelingen tot stoppen dwingen is historisch gezien niet mogelijk gebleken, voor zover tenminste we weten, want in theorie is het natuurlijk wel degelijk mogelijk en wie weet zijn daarvan praktische voorbeelden aanwezig, voorbeelden welke angstvallig of juist doelbewust verborgen zijn, in de kiem gesmoord en onder het tapijt geveegd om obscure, duistere of juist medemenselijke redenen. Het grootste probleem is dat voor een ontwikkelingspauze en/of stop mondiale samenwerking nodig is en zoals we weten gaat dat helaas niet snel gebeuren wanneer de competitie, wanneer de kans op wereldwijde economische overheersing als winnende partij hoog is en de gevolgen voor de verliezende partijen desastreus. De atoombom is ontworpen onder druk van internationale competitie in de meest penibele situatie die de moderne wereldgeschiedenis heeft gekend. Daniel Dennett geeft aan dat creëren van een machine met (zelf)bewustzijn in zijn optiek mogelijk zal zijn, maar dat we dit niet moeten willen, zowel uit veiligheidsoverwegingen als om de reden dat het onethisch zou zijn zo’n zelfbewuste machine als onze slaaf te maken en behouden, en ik ben geneigd hem daarin volmondig gelijk te geven. Waarom zouden we onze nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen, niet kunnen beteugelen om redenen van zelfbehoud? Zelfbehoud is de basisvoorwaarde voor leven. Wanneer iedereen inziet dat ons zelfbehoud op het spel staat is het wellicht mogelijk om mondiale afspraken te maken. Los echter van de discussie over preventie van negatieve maatschappelijke effecten door pauzeren of zelfs het stoppen van technologische AI-ontwikkelingen kunnen we ons ook de meer praktische vraag stellen: wanneer we met deze AI-technologie verder gaan, willen we dan kunstmatige intelligentie die ons helpt of die ons beheerst: willen we een AI-helper of AI-overheerser? En aanverwant, hoe kunnen we voorkomen dat de bigtech miljardairs in een duister verbond met (wannabee) autocratische leiders kiezen voor de AI-heerser variant, wanneer we beseffen dat ze in concurrentie met elkaar verkeren en alleen al om die obscure reden AI ongekende vrijheden zullen willen geven om als overwinnaar uit de bus te komen? Doet het ertoe wanneer Silicon Valley adepten claimen met goede bedoelingen de ontwikkeling van AI te sturen in een richting die ons als mensheid beschermt en verder helpt, terwijl zij met dezelfde technologie de macht grijpen en behouden, terwijl zij met dezelfde technologie, gebaseerd op wereldwijd gestolen copyright, onze samenleving naar hun hand zetten?

Verbeelding in het tijdperk van A(S)I

De romanvorm kan worden gezien als de ultieme verbeeldingskracht, een creatief proces waarmee de werkelijke leefwereld, de maatschappij en de mensen die daarin leven, het beste kan worden begrepen, of zoals Harry Mulisch ooit aangaf: om inzicht te krijgen in de mens, als je inzicht wilt hebben in de grote maatschappelijke en politieke vragen, kun je het beste literatuur lezen. Zij leert ons meer, zij toont ons een werkelijkheid.[viii]

In de roman Wij van Jevgeni Zamjatin wordt de mensen hun fantasievermogen weggesneden uit hun hersenen, opdat ze zich daarop gewillig zullen onderwerpen aan De Vereende Staat. Benjamín Labatut stelt in Nexus98[ix] terecht dat het ontwikkelen van een visie via verbeelding steeds lastiger geworden is, afgeleid als we zijn door entertainment en hectiek van de maatschappij. Een visie via de verbeelding waarmee we inzicht kunnen verwerven en een betere wereld kunnen scheppen zal pas na afdoende afzondering en contemplatie tot stand komen. Wanneer manipulaties slinks en onzichtbaar opereren, feilloos afgestemd op informatie over het individu, ja, met kennis over de persoon die dit individu zelf niet eens bezit, en wanneer onzichtbare surveillance en verslaving via entertainment elke poging tot verbeelding via onzichtbare beïnvloeding in de kiem smoort door een surplus aan informatie over zowel het individu als het geheel, hoe kan dan de verbeelding nog leiden tot een ommekeer, tot een kanteling van het systeem waarin we gevangen zijn? In Het boek der Kantelingen vindt iets anders plaats met de fantasie, de verbeeldingskracht van creatieve mensen, maar wat dit precies is zou een spoiler betekenen. Paradoxaal genoeg ontstaat binnen deze roman een andere vorm van kunstmatige intelligentie, een vorm welke individuen onder andere helpt om rust en contemplatie te vinden, terwijl het doel daarvan naderhand ter discussie wordt gesteld. Deze inzet van een AI-helper is ambivalent omdat het wereldwijd goeddoen een bepaalde ascese, meditatie en dergelijke noodzakelijk maakt (denk hierbij ook aan Schopenhauer): de acties worden door de AI-helper weliswaar liefdevol aangemoedigd, maar niettemin gestuurd via manipulatie, totdat blijkt dat hier meer achter schuilgaat. Het boek der Kantelingen sluit m.b.t. kunstmatige intelligentie aan bij wat Daniel Dennett, een belangrijke inspiratiebron voor deel drie van deze roman, in een van zijn laatste BBC-interviews[x] heeft gezegd: ‘If we turn this wonderful technology we have for knowledge into a weapon for disinformation we are in deep trouble. Why? Because we won’t know what we know, and we won’t know who to trust, and we won’t know whether we’re informed or misinformed. We may become either paranoid and hyper-sceptical, or just apathetic and unmoved. Both of those are very dangerous avenues.’

De beste intenties kunnen soms tot de meest desastreuze, ja zelfs tegengestelde uitkomsten leiden. Transhumanisten en effectief altruïsten geloven in de positieve mogelijkheden en kracht van AI voor de mensheid, zij willen via nieuwe technologie de mensheid verder brengen, onze irrationele en soms al te sterk aanwezige emotionele kenmerken beperken, beheersbaar maken, en onze capaciteiten tot snelheid en kwaliteit van redeneren en handelen optimaliseren, opdat we een betere samenleving creëren waarin mens en machine samenvloeit tot een overvloed van zowel materiele gelukzaligheid als zingeving en voldoening zal ontstaan, een mensenleven dat kan worden verlengd voorbij het gangbare door nieuwe medische uitvindingen tegen ziektes en door terugdringen van het natuurlijke verouderingsproces, tot zelfs het bereiken van eeuwig leven waarin we onbegrensd van onze vrije tijd kunnen genieten. Bovendien denken zij dat via kunstmatige superintelligentie en nanotechnologie allerlei existentiële risico’s voor de mensheid kunnen worden voorkomen, zoals bijvoorbeeld verlies van biodiversiteit, opwarming van de Aarde door de mensheid, kernoorlogen en grootschalig dieren- en mensenleed, of inslagen van asteroïden. Schrikbarend verregaand is ook hun idee dat het leren leven binnen de grenzen van de planeet Aarde een bedreiging betekent voor de mensheid op de langere termijn. Het gevaar dat het individu onbeduidend wordt en zal worden weggecijferd in dit vertigo van grootsheid aan overkoepelende doelen is evident: in werkelijkheid zou iedereen zich weleens noodgedwongen en/of wellicht semi-onbewust kunnen gaan onderwerpen aan hun verregaande toekomstvisies en daarop in een onwetende, gelukzalige slaap geraken of doelbewust een gewillige slaaf worden. In Het boek der Kantelingen komt het superintelligentie systeem gelukkig net op tijd tot afwijkende conclusies.

Eindnoten



[i] Verwijzend naar Schopenhauer zijn hoofdwerk genaamd ‘De wereld als wil en voorstelling’.

[ii] Interview in De Groene Amsterdammer met Safae el Khannoussi door Ronja Bloot, 14 oktober 2024: 21 vragen aan Safae el Khannoussi.

[iii]Interview in De Tijd met Paul Verhaeghe door Ine Renson, 10 februari 2012.

[iv] Paul Lijster in De Groene Amsterdammer nr 21, 21 mei 2025: ‘Ideologie van het ongebreidelde verlangen’.

[v] Milan Kundera: ‘De roman is een autonome kunstvorm die zich van andere kunstvormen onderscheidt doordat hij de plaats van de mens in de wereld zichtbaar kan maken - een onthulling die niet zelden de officiële, voorgefabriceerde waarheid ontkracht.’ & Simon Vestdijk: ‘De mens maakt romans omdat hij een mens is, en de aandriften om dat te doen zijn zijn eigen diepste aandriften die hij in beginsel met niemand anders gemeen heeft.’

[vi] Peter Venmans in de Boekenkrant door Marnix Verplancke, 28 maart, 2016.

[vii] Paul lynch in Nexus 98, pagina 36/37: ‘Bespiegelingen over de terugkeer van het irrationele’.

[viii] Biografie van Rob Riemen via https://www.robriemen.nl/biografie/

[ix] Benjamín Labatut in Nexus 98: ‘Sprinkhanen in het labyrint’.

[x] Interview met Daniel Dennett 'Why civilisation is more fragile than we realised' door Tom Chatfield, 22 April 2024.