De roman Demian is de eerste roman die ik van Hermann Hesse heb gelezen. Iemand gaf aan dat mijn ‘essay’-stijl op deze schrijver lijkt, en ik vermoed dat ik daardoor dit boekje recent heb meegenomen vanuit de boekwinkel. Via de leesgroep waarin ik jaren terug ‘klassiekers’ las is Hermann Hesse niet ter sprake gekomen, maar ik zie dat hij ooit de Nobelprijs voor literatuur heeft gekregen. Deze korte roman Demian is bijzonder te noemen, een soort coming-of-age roman via strubbelingen met de hoofdpersoon zijn jonge leven, zijn dromen en bespiegelingen over met name het aanwezig (lijken te) zijn van twee werelden, een wereld van licht (eigen familie en hun geloof en al het goede) en een wereld van duisternis (moreel slechte), waarbij de opgroeiende jongen erachter komt dat deze twee werelden niet eenduidig te bepalen zijn en bij elkaar horen, elkaar nodig hebben of zelfs in elkaar overvloeien. Hierbij geraakt hij langzaam onder invloed van o.a. het Hindoeïsme (Veda’s) en een soort alternatieve god genaamd Abraxas (Grieks). Via dromen, lezen, fantasie en enkele oudere jongens/jongemannen ontdekt hij dat zijn natuurlijke eenzaamheid en niet mee willen doen met de massa niet op zichzelf staat en ontwikkelt hij een vreemd soort van fatalisme, geloof in het lot, maar, tegengesteld, ook in de zelfbevestigende voorspelling. Bovendien leert hij (geloven) dat Europa er (via de Wereldwil, tenminste, ik vermoed ook de invloed van Schopenhauer) ondanks een natuurlijke terugval vanuit verveling naar oorlog, chaos en destructie, bovenop zal komen en dat zijn lotgenoten met hun afwijkend gedrag van de massa en hun (mythische) studies op de langere termijn hebben bijgedragen/zullen zorgen voor een betere leefwereld.
Gelezen: Demian van Hermann Hesse

