quote van Goethe

Als research lees ik toevallig een quote van Goethe waarin het paradoxale van kunst en ethiek goed wordt verwoord: “Een goed kunstwerk kan en zal morele consequenties hebben, maar moralisme eisen van de kunstenaar betekent dat hij zijn kunst moet verloochenen.”

Hieruit kun je opmaken dat kunst zich, zoals ook prachtig verwoord door Bruno Schulz, in de voormorele fase bevindt[1]. Ook is meteen duidelijk dat in een totalitair of anderszins restrictief regime kunst in botsing zal komen met dit regime, want de machthebber zal kunst die met andere dan de gewenste of geëiste ethische norm komt, kunst die misschien ook voor de kunstenaar zelf als verrassend resultaat een andere ethiek in zich draagt, niet accepteren. 

[1] ‘Wat deze universele ontgoocheling van de werkelijkheid betekent kan ik niet zeggen. Ik stel slechts dat het niet te dragen zou zijn, als we niet in een of andere dimensie schadeloosgesteld zouden worden. Op de een of andere manier voelen we een diepe voldoening over deze losheid van het weefsel van de realiteit, hebben we belang bij dit bankroet. Er is gesproken over de destructieve tendens van mijn boek. Gezien vanuit bepaalde vaste waarden is dit misschien juist. Maar de kunst opereert in de voormorele diepten, daar waar de waarde zich pas in statu nascendi bevindt. Als de spontane uitdrukking van het leven bepaalt de kunst de taken van de ethiek, niet andersom. Als de kunst alleen moet bevestigen wat toch al min of meer vaststaat, zou ze overbodig worden. Haar rol is die van sonde die in het naamloze wordt neergelaten. De kunstenaar is het apparaat dat de processen in de diepte registreert, daar waar de waarden ontstaan. Destructie? Maar het feit dat die inhoud een kunstwerk is geworden, betekent dat we deze bevestigen, dat ons spontane diepste innerlijk zich ervóór heeft uitgesproken.’ -Bruno Schulz