Ongelovigen en de 'vanBerkel cultuur'

N.a.v. dit artikel van Pieter Waterdrinker waarin zelfcensuur als bewuste tactiek of door de heersende angst(cultuur) in de Nederlandse literatuur wordt benoemd. 

De romans op de libris longlist zijn per definitie niet interessant meer. Zo heb ik ze een laatste kans gegeven via inzending van het meesterwerk Het boek der Kantelingen, maar nadat ‘iemand vroeg naar of de uitgever wel aanbiedingen levert aan de boekhandels’ haalden ze de roman van de deelnemerslijst zonder verdere communicatie. Het zijn de VanBerkels: leugenaars over hun CV (notabene strafrechtelijk vervolgbaar!) die elkaars nepwereldje in stand houden. Kijk naar de organisatie van de prijs: commerciële partijen in een zogenaamd objectief en onafhankelijk jasje die hiermee hun “literatuur”speeltjes promoten. De rest wordt geweerd via allerlei vage regels. Ondertussen claimen ze de literatuur te ondersteunen, terwijl literatuur uiteraard niet kan bestaan binnen deze door Pieter Waterdrinker geschetste commerciële macht- & angstcultuur.

Overkoepelend voorzitter van de stichting libris literatuurprijs, Alexander Rinnooy Kan, vindt het “ongelofelijk jammer” dat partijgenoot Nathalie van Berkel geen staatssecretaris van Financiën wordt, na onjuiste info over haar studies: “In alle eerlijkheid: ik heb eerder meer dan minder respect voor wat ze heeft bereikt.” Deze zelfde Alexander Rinnooy Kan dient de onafhankelijkheid en het eerlijke verloop van de libris literatuurprijs te bewaken door zich apolitiek op te stellen en ethisch verantwoord te gedragen. Ondertussen steunt en bewondert hij van Berkel haar valsheid in geschrifte.

Literatuur is onderzoekend en kritisch richting elke politieke richting, zou dat moeten zijn, maar hier geldt ongeveer hetzelfde gedrag als van gelovigen van verschillende religies richting ongelovigen: degenen die dat echt met open blik doen en dus nergens bij horen, dat ook niet willen, worden van alle kanten binnen het spectrum van het literaire wereldje als het grootste kwaad gezien.

Eerder schreef ik al het volgende op sociale media: ‘Het lijkt er sterk op dat reguliere, meer commerciële uitgevers vrezen dat Het boek der Kantelingen de libris literatuurprijs gaat winnen.’

Inmiddels is duidelijk dat reguliere, veelal commercieel opererende uitgeverijen als de dood zijn voor deelname van Het boek der Kantelingen aan de Libris literatuurprijs, en er alles aan doen om deelname te voorkomen, om deze indrukwekkende roman van 275.000 woorden, volgens kenners een meesterwerk, uit de deelnemerslijst te halen. Wat betekent dit? Om te beginnen kunnen we concluderen dat het secretariaat van deze belanghebbende literatuurprijs gevoelig is voor beïnvloeding door reguliere, tegenwoordig vooral commercieel opererende uitgevers, maar ook dat de jury waarschijnlijk behoorlijk zelfstandig en onafhankelijk hun selecties zal kunnen maken, anders is men niet zozeer gebrand op het uit de deelnemerslijst halen van Het boek der Kantelingen voordat de jury een objectief oordeel kan vellen. Als het laatste klopt, is dat zelfs nog een pluspuntje te noemen. Wanneer we echter kijken naar de samenstelling van de stichting libris literatuurprijs, het bestuur en de sponsoring, valt meteen op dat ‘beïnvloeding’ van tegenwoordig vooral commercieel opererende uitgevers intern aanwezig is en dat van een onafhankelijke manier van werken geen sprake kan zijn. Hierdoor wordt de literatuur gedood, vervangen door lectuur, en worden schrijvers in een keurslijf gedrongen van censuur of nietszeggend nihilisme. We hoeven niet in Iran te leven om te concluderen dat literatuur monddood wordt gemaakt.