Twee kanten van dezelfde medaille
Onderstaande tekst is geschreven door Dave Dröge in samenwerking met Opus 5.5 (Anthropic). Redactie en selectie: Dave Dröge, oktober 2026.
Aanleiding
Op 8 oktober kreeg de Canadese dichter Anne Carson de Nobelprijs voor Literatuur. Nauwelijks een dag later zag ik op Facebook een reeks vlammende posters van een Amerikaanse critica. Haar boodschap: de toekenning bewijst dat literatuur dood is. De gevestigde orde zou schoonheid en betekenis hebben ingeruild voor ideologische modes, en wie oprecht schrijft, wordt buitengesloten. Ik ben het daar zeker gedeeltelijk van harte mee eens. Wel blijkt na onderzoek dat een ander werk van haar hand genaamd Nox allesbehalve emotieloos is, dus ik twijfel of haar oordeel over Carson hout snijdt — maar wat me veeleer raakte was een woord dat in dit soort klachten vaker opduikt: politiek.
Literatuur zou te politiek zijn geworden. Dat is naar mijn mening echter een verkeerde diagnose. Literatuur is niet te politiek geworden, maar te veel gestuurd.
Politiek of censuur
Literatuur kan en mag politiek zijn, maar dat hoeft natuurlijk niet.
Dostojevski, Orwell en Zamjatin schreven meesterwerken over macht, ideologie en onderdrukking. Het probleem zit ergens anders. Het verschil zit niet in de vraag of een roman over politiek gaat, maar waar het oordeel valt: in het materiaal en bij de lezer of al vooraf, bij de auteur en de uitgever.
Een écht politiek geladen boek onderzoekt een spanning en laat de lezer achter in twijfel, laat de lezer zelf nadenken. Een gestuurd boek heeft het vonnis al geveld vóór de eerste regel staat. De personages zijn alleen aanwezig om alles te illustreren.
Er is denk ik een vrij eenvoudige lakmoesproef mogelijk: krijgen antagonisten hun beste argumenten en worden zij beschreven met karakter? Dostojevski was gelovig, maar liet Ivan Karamazov het sterkste pleidooi tegen God houden dat ooit in een roman is beschreven. Wie klaagt dat literatuur “te politiek” is, bedoelt volgens mij dat maar één uitkomst is toegestaan. En als er maar één uitkomst mag, hebben we het niet meer over politiek. Dan hebben we het over censuur. Een roman dient overigens natuurlijk wel in zijn geheel te worden gelezen om een gedegen oordeel te kunnen geven, want een roman kan bijvoorbeeld doelbewust beginnen met vooroordelen en typeringen in plaats van verdiepende karakters, om deze gedurende het verdere verloop almaar te nuanceren of zelfs ontkrachten en hiermee de lezer te confronteren met zijn eigen beperkte of bekrompen denkwijze.
Vorig jaar beschreef de Volkskrant[i] een treffende trend: klassiekers herschrijven om ze zogenaamd diverser te maken. Zo maakte Xiaolu Guo van Ishmael een vrouw en van Ahab een zwarte kapitein in een nieuwe hervertelling van Moby-Dick. Literatuurwetenschapper Gijs van Engelen liet echter overtuigend zien dat Herman Melville die sociale en raciale spanningen destijds al subtiel in zijn boek had verweven, zónder ze plat uit te spellen. Waar het origineel de lezer in het ongewisse liet twijfelen, kiest de herschrijving meteen partij. Dat is exact het verschil tussen een geladen en een gestuurd boek. Van Engelen bleef in zijn essay voorzichtig, maar ik denk dat we een stap verder kunnen en moeten gaan. Een herschrijving die de twijfel van het origineel gladstrijkt, is geen literatuur meer maar sturing. En wanneer zo’n versie het origineel gaat vervangen, zoals bij Roald Dahl, wordt sturing censuur.
Twee kanten van dezelfde medaille
Censuur kan een verbod van bovenaf betekenen, maar de beïnvloeding kan ook veel subtieler plaatsvinden. We zien dat vandaag de dag van twee kanten komen:
- Aan de ene kant: In 2023 paste Puffin de boeken van Roald Dahl aan, en HarperCollins deed hetzelfde met Agatha Christie. In 2019 trok een jonge Amerikaanse schrijfster haar debuut terug na felle ophef online, nog voordat iemand het had gelezen. In Nederland trok Marieke Lucas Rijneveld zich in 2021 terug als vertaler van Amanda Gorman. Niemand verbood iets per wet; het gebeurde uit anticipatieangst voor wat er online zou losbreken.
- Aan de andere kant: In de Verenigde Staten zijn de afgelopen jaren inmiddels tienduizenden boeken uit schoolbibliotheken gehaald (alleen al in het schooljaar 2025–2026 registreerde PEN America bijna 12.000 verboden in openbare scholen), vaak op directe aandringen van conservatieve actiegroepen en via politieke wetgeving. Dat is censuur in de strikte zin: een instituut dat een boek fysiek uit de kasten wist.
Deze twee schijnbaar tegenovergestelde bewegingen functioneren in de praktijk als elkaars motor. Elke herschreven Dahl is munitie voor wie bibliotheken in Florida en Texas wil zuiveren. Elk verboden boek bewijst voor de andere kant dat permanente waakzaamheid geboden is.
Beide kampen rechtvaardigen hun eigen ingrepen met de excessen van de ander. Zelfcensuur doet de rest.
Niet alles is ideologie: de krimpende markt
Het zou te makkelijk zijn om alle problemen uitsluitend aan ideologische polarisatie toe te schrijven. Een minstens zo dwingende factor is puur economisch. Surveillance-kapitalisme, mediaconglomeraten met hun commerciële marketingstrategieën en de algoritmes van sociale media houden de schone schijn van vrijheid hoog, maar creëren een klimaat waarin angst regeert of waarin de keuzes vooraf via manipulaties worden bepaald.
De verkoop van Nederlandstalige fictie staat bovendien al jaren onder druk. Uit cijfers blijkt dat tussen 2019 en 2023 de verkoop van Nederlandstalige fictie met 15 procent daalde, en dat het Nederlandstalige boek vooral terrein verliest aan Engelstalige titels. Een krimpende markt maakt uitgevers begrijpelijkerwijs risicomijdend. Een boek met een eenduidige, herkenbare boodschap laat zich makkelijk in de markt zetten: het past op een persbericht, levert een interview op en scoort op themalijsten. Een gelaagd, open boek moet je uitleggen — en die redactionele en financiële moeite kan de markt zich in toenemende mate niet veroorloven.
Niet tegengehouden, wel ongezien
Ik doe zelf niet meer mee met literaire prijzen. Mijn boeken staan soms gratis online of zijn simpelweg te koop voor wie ze zoekt. Dat geeft een enorme vrijheid: ik hoef niemand tevreden te stellen. Maar het betekent ook dat ik de keerzijde van dichtbij ken.
De poort om te publiceren is nooit zo wijd open geweest. Iedereen kan vandaag de dag een eigen boek op de markt brengen. De poort naar lezers is daarentegen smaller en steiler dan ooit. Een onafhankelijke schrijver wordt tegenwoordig niet meer tegengehouden door een staatscensor. Hij wordt simpelweg niet gezien.
Dat is op zich geen nieuw lot. Moby-Dick verkocht tijdens Melvilles leven nauwelijks. The Great Gatsby lag te verstoffen in het magazijn toen Fitzgerald stierf. Elias Canetti’s Die Blendung verdween in 1935 in de chaos van de oorlog en werd pas dertig jaar later ontdekt. Maar dat is geen garantie of wetmatigheid: voor elk laat ontdekt meesterwerk zijn er duizenden boeken die voorgoed in de schaduw zijn gebleven. Die late ontdekkingen hadden bovendien altijd iemand nodig die zich er actief voor inzette.
Misschien is dat precies de rol die ons rest — voor lezers, critici en schrijvers die elkaar opzoeken: pleitbezorger zijn. Juist van romans die tussen de vakjes vallen. Niet omdat ze links of rechts zijn, maar omdat ze de moed hebben om een vraag te stellen zonder het antwoord al klaar te hebben.
Verantwoording
De cijfers over de boekenverkoop komen uit recente marktrapporten (ANP/Rodi/Livres Hebdo). Cijfers over schoolboekverboden zijn afkomstig uit de index van PEN America.
[i] De Volkskrant, Gijs van Engelen, 6 oktober 2025. https://www.volkskrant.nl/boeken/weinig-zo-modieus-als-het-herschrijven-van-klassiekers-om-ze-diverser-te-maken-maar-waarom-zouden-we~b60289c3/

